Muren plaatsen

Je knippert even met je ogen en er staat ineens een hele verdieping! Afgelopen week zijn de muren geplaatst van de begane grond. Omdat het allemaal prefab is, hijsen ze de muurdelen op de goede plaats en worden ze vastgeschroefd en gelijmd.

De bouwtechniek is SIP, structural insulated panels. De muren zijn gemaakt van een 17cm dikke laag van hard polyurethaan tussen twee platen OSB (hout). Hiermee hebben we dunne muren, die supergoed isoleren met een laag gewicht.

Hier worden de panelen geplaatst.

De metalen en houten balken vormen de ondersteuning voor de volgende verdieping.

Woonkamerraam en schuifpui naar het water.

Schuifpui naar het water en keukenraam.

Schuifpui naar de tuin en de voordeur.

Achterdeur.

Groetjes uit de Sigmund Rombergstraat 28!

Fundering en begane grond

Het gaat nu hard! In de afgelopen twee weken is alles gedaan om volgende week de begane grond vloer te kunnen storten.

Eerst is de grond op het goede peil gebracht. Normaal graaf je een kuil voordat je begint met bouwen, maar het grondpeil op de kavel ligt zo laag, dat we de gemeente om 25 kuub grond hebben gevraagd om de boel op te hogen!

Vervolgens is er een zandbed gestort dat de fundering is voor de isolatie.

Daar bovenop komen platen piepschuim en de eerste laag bewapening.

Nu is het tijd voor de vloerverwarming. Er gaat 600 meter buis in! Dat is dan nog zonder de buizen voor de eerste en tweede verdieping. We hebben een kleine hart-op-hart afstand, waardoor we met zeer lage temperaturen kunnen verwarmen en dat is zuiniger.

Zoals je ziet wordt het aangelegd door professionele vaklieden.

Hierna komt er nog een tweede laag bewapening en volgende week wordt alles bedolven onder een laag beton.

De eerste paal

Hoera, het is nu echt begonnen! Vanochtend is de eerste paal de grond in gegaan. Of beter gezegd, er is een negen meter diep gat geboord dat is volgespoten met beton.

Dit lijkt erg dicht bij de waterkant en dat is ook zo. Er worden namelijk vier extra palen gemaakt voor de fundering van het vlonderterras die helemaal tot het water loopt. Het huis staat iets verder van de waterkant op in totaal zestien palen.

Na een kort boorcollege krijgt Tina hei-les.
Tijdens het boren wordt bijgehouden hoe draagkrachtig de bodem is voor de palen.
Het gat wordt van onderaf volgepompt met beton.
In het natte beton wordt bewapening geduwd. Er blijft een stuk bovenuit steken en hier wordt de rest van de fundering aan vastgemaakt.
Na vijf dagen uitharden wordt gemeten of de palen allemaal zonder scheuren gevormd zijn.

Aanstaande vrijdag is het beton voldoende uitgehard om met akoestische controle te bekijken of de palen in orde zijn. De gemeente gaat die gegevens controleren en daarna is er toestemming om verder te gaan! De volgende stap is de fundering op de palen maken. Hier komen de buitenmuren en de begane grondvloer op te liggen.

Voor de liefhebbers is hier nog een langer filmpje van de tweede paal, met Martijn Kooij van Aannemer Damsteegt:

De grond is gepasseerd!

Hoera! We zijn nu de trotse bezitter van een grasveldje, een boom en een hoop onkruid! Maarliefst 4 are, of 4 miljoen vierkante centimeters, of 400 vierkante meters. Ook zijn we nu de trotse bezitter van maandelijkse hypotheeklasten. Dit betekent dat de bouw kan beginnen. Volgens planning is dat eind september. Nog een paar weekjes geduld dus.

Vergunning is verleend! Nu de bezwaartermijn afwachten …

Champagne! De omgevingsvergunning is verleend! Dat betekent dat ons ontwerp helemaal is goedgekeurd door de gemeente, die heeft bekeken of ons huis aan alle regels en wetten voldoen.

Nu begint de bezwaartermijn van zes weken. Belanghebbenden kunnen bezwaar aantekenen tegen de vergunning. Maar de kans is klein dat dat gebeurt, omdat de regels voor de huizen heel duidelijk zijn en er geen gegronde reden is om bezwaar te maken.

Over zes weken is de vergunning onherroepelijk. We kunnen dan officieel de grond kopen. Zodra die in ons bezit is, mogen we beginnen met bouwen.

Dus over zes weken weer een champagnemoment!

Een warm huis vol energie

Je staat er eigenlijk nooit bij stil in de winter. Je stelt de thermostaat in en je woning wordt lekker warm. Meestal via radiatoren maar ook vaak via vloerverwarming. Maar waar komt die warmte eigenlijk vandaan? En hoeveel warmte is dat eigenlijk? En hoe maak je die warmte?

Warmte is energie. De hoeveelheid energie meet je in Joule (J) of kilowattuur (kWh). Als je energie verbruikt dan is dat met een bepaalde hoeveelheid energie per seconde, ook wel vermogen genoemd en uitgedrukt in Watt (W).

Een Watt is een Joule per seconde. Als je een uur lang 1000 Joule per seconde verbruikt, dan is is de hoeveelheid energie een kilowattuur. Een kWh staat gelijk aan 3,6 megaJoule (MJ), want er zitten 3600 seconden in een uur, en 1000 Watt in een kiloWatt. Als mens haalt je lichaam energie uit voedsel en dat is gemiddeld 2,3 kWh per dag voor een vrouw en 2,9 kWh per dag voor een man. Ook wel bekend als 2000 kcal en 2500 kcal.

Als je huis warm is, terwijl het buiten koud is, dan lekt er voortdurend warmte naar buiten. Om het binnen warm te houden, moet je steeds warmte toevoegen. Je moet precies evenveel warmte toevoegen als er naar buiten lekt. Hoe beter je huis geïsoleerd is, hoe minder warmte er ontsnapt en hoe minder vermogen je nodig hebt om het binnen warm te houden. Daarom is isoleren het beste wat je kan doen om energie te besparen.

Een traditioneel vrijstaand huis verbruikt per jaar gemiddeld 1500 kuub aardgas. In één kuub gas dat verstookt wordt in een HR-ketel zit zo’n 30 MJ of 9 kWh aan energie. Per jaar is er dus 45000 MJ of 13500 kWh nodig.

Ons huis is goed geïsoleerd en heeft daarom ongeveer 30000 MJ of 9000 kWh aan warmte nodig per jaar. Dat is zo’n 25 kWh per dag. Anders gezien, als je continu 1000 Watt verbruikt dan is dat voldoende om het huis te verwarmen. In plaats van de warming aandoen kan je ook de hele tijd een tosti-ijzer laten branden. Of de helft van de tijd een waterkoker of stofzuiger.

Tina en ik wekken dus ongeveer 20% van de warmtebehoefte per dag op door te eten en dat te verteren, als we de hele dag thuis zijn. Dus als we acht gasten uitnodigen kunnen we de verwarming uitzetten, als we maar genoeg hapjes in huis hebben.

Dat klinkt best veel als het je vergelijkt met elektriciteit! Wij verbruiken namelijk 2500 kWh aan stroom voor onze apparaten, inclusief elektrisch koken. Maar voor verwarming heb je dus bijna vier keer zoveel energie nodig.

Stroom is duurder dan aardgas. Een kWh aan stroom kost 20 cent. Dezelfde kWh uit aardgas kost maar 7 cent, drie keer zo goedkoop! Daarom worden zoveel huizen met aardgas verwarmd. Aardgas kost dan zo’n 1000 euro per jaar voor een gemiddeld huis.

Op Kubuseiland is er geen aardgas. Er is stadsverwarming en dat is warm water die gemaakt wordt in een fabriek die verderop staat en door buizen door de wijk gepompt wordt. Hiermee wordt het water in de radiatoren of vloerverwarming verwarmd en ook het tapwater om te douchen. In sommige steden is dit duurzaam, bijvoorbeeld als restproduct van de industrie, maar in Utrecht niet. Zie www.stadsverarming.nl voor details. Wij willen graag een duurzaam huis en uiteindelijk helemaal onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Ons huis wordt full-electric, dat betekent dat alles op stroom draait. Als we dan alle stroom uit zonnepanelen halen is ons huis ook nog eens energieneutraal.

Dat klinkt dan heel duur. Gelukkig bestaat er een mooi systeem, namelijk een warmtepomp. Dat is een apparaat die warmte en koude kan scheiden. Er zit er ook een in je koelkast of vrieskist. Dit principe kan je toepassen om heel efficient je huis te verwarmen. Je moet je dan voorstellen dat je een vrieskist in de muur van je huis inbouwt, met de deur naar buiten en achterkant naar binnen. Zoals je misschien weet zit er aan de achterkant van een vrieskist of koelkast een metalen rooster die warm wordt, terwijl de binnenkant afkoelt. We gebruiken dan de achterkant om ons huis te verwarmen.

Tegelijkertijd zetten we de deur van de vriezer open. Die staat dan in contact met de buitenlucht. De vriezer probeert om de buitenlucht van de hele wereld af te laten koelen. Dat lukt natuurlijk niet. Met andere woorden, de buitenlucht warmt de vriezer op. Die warmte wordt verplaatst, “gepompt”, naar de achterkant. Er is een beetje energie nodig om die warmte te verplaatsen.

Op deze manier kunnen we voor elke Watt die nodig is voor pompen, vier Watt aan warmte krijgen. We krijgen dus drie Watt gratis van de buitenlucht!

Die achterkant gebruiken we dan om water te verwarmen en dat water gebruiken we weer voor de vloerverwarming en de douche.

Over het hele jaar hebben we dan maar 2250 kWh aan elektriciteit nodig om 9000 kWh aan warmte te krijgen (omdat we driekwart uit de buitenlucht halen). Als je 20 cent per kWh betaalt kost dat dan 450 euro per jaar. Met aardgas zou dit 650 euro per jaar kosten. Het is dus iets goedkoper in gebruik.

Helaas kost een warmtepomp wel wat in aanschaf, zo’n 10.000 euro, dus je haalt het er niet uit qua kosten. We doen het dus vooral vanwege duurzaamheid!

Vergunning is aangevraagd

Goed nieuws! We hebben nu officieel de omgevingsvergunning aangevraagd bij de gemeente. Die gaat de komende acht weken er nauwkeurig naar kijken. Als goedkeuring is verleend is er nog een bezwaartermijn van zes weken. In die periode kunnen “belanghebbenden” bezwaar indienen. Na die zes weken is de vergunning onherroepelijk en kunnen we echt beginnen met bouwen! Tenminste, als de hypotheek is verstrekt en de grond is gepasseerd. We worden dan officieel eigenaar van de grond. Zodra dat is gebeurd mogen we werkzaamheden beginnen op de kavel. Dat zal eind april of begin mei zijn. Het aftellen is dus begonnen!

Sonderen

Sonderen. Dat is iets met een sonde. Geen zonde, maar een sonde. In het Engels: probe. Dus eigenlijk betekent sonderen proberen. Afgelopen dinsdag hebben we de grond onder ons toekomstige huis geprobeerd.

Sonderen is verplicht gesteld door de gemeente, maar ook zonder verplichting is het heel verstandig om te doen. Hiermee weten we of de grond stevig genoeg is om er een huis op te zetten. Ook weten we hoe lang heipalen moeten zijn om voldoende ondersteuning te bieden.

Als je zomaar een huis op de grond zet, dan duwt het gewicht van het huis de grond eronder in elkaar. Je hebt dan kans op verzakkingen en scheuren. Je wil je huis op een voldoende stevige ondergrond zetten die niet verzakt.

De grond onder onze voeten kan bestaan uit allerlei soorten materiaal. Als het zandachtig is kan het verschillende korrelgroottes hebben die een grote invloed hebben op het draagvermogen. Van groot tot klein heb je grind, zand, leem en klei. Daarnaast heb je ook nog veen, dat zijn verteerde plantenresten.

Hoe kleiner de zandkorrel, hoe meer water tussen de korrels blijft plakken, en hoe sneller de grond verzakt als er gewicht op komt. Zand is het stevigst. Veen is een grote smurrie en helemaal niet stevig, veen klinkt behoorlijk in als je er gewicht op zet. Dat kan trouwens nog wel jaren duren, dus je merkt pas na een tijdje dat je huis aan het verzakken is.

Als de grond aan het oppervlak bestaat uit zacht materiaal, dan moet je heipalen gebruiken. Die moeten lang genoeg zijn om vaste grond aan de voeten te hebben. En dat hangt dan weer af van op welke diepte er stevig materiaal is. Als we pech hebben, zijn er heipalen nodig van 20 meter! Die zijn duizenden euro’s duurder om te plaatsen dan palen van 10 meter. Het duurt langer om ze de grond in te jassen en het vervoer is ook een stuk lastiger.

Sonderen is de methode om te kijken op welke diepte welke grondsoort ligt. Er wordt dan een smal gat geboord van 20 meter diep. Tijdens het boren wordt er gemeten wat de wrijvingsweerstand is van de boorkop en dat varieert met het type grond. Dat doen ze met een stoere wagen.

bodembelang

Deze week is het sonderingsbedrijf op onze kavel geweest om op twee plekken te proberen. Het resultaat is een mooie grafiek. Als voorbeeld eentje die we van internet geplukt:

sonderen_sonderingsgrafiek

De constructeur kan op basis van deze gegevens aflezen hoe stevig de bodem is en dus hoe lang de heipalen moeten zijn. Dat gaat de komende weken gebeuren.

Wij zijn geen geotechneuten, maar op basis van een eerste interpretatie van het rapport lijkt het mee te vallen en zijn er geen 20 meter lange palen nodig. Dat scheelt!